| VERHAAL Waar mensen samenkomen is veel te vertellen, juist in de kerk. Op deze plaats staat iets om op verhaal te komen. Een anekdote, ter lering of vermaak, een overweging, een gebed...
|
|
De achtergrond van een Paaswake
Tussen de Goede Vrijdag en Pasen ligt een leegte: de Stille Zaterdag. De bedoeling is weliswaar dat deze stilte gevuld is met gedenken, inkeren en bidden, maar in de praktijk is het een zaterdag als alle andere. Dat is niet altijd zo geweest. Al spoedig na het ontstaan van een christelijke kerk kwam de gemeente in de week voorafgaande aan Pasen samen om het lijden van de Heer te gedenken. Zo is er al vroeg sprake van een dienst op de Witte Donderdag, de Goede Vrijdag en de Stille Zaterdag. Hier zit achter dat we niet zomaar aan Pasen toe zijn. Juist omdat Pasen zo haaks staat op onze beleving van het leven ( en de dood) vraagt het om voorbereiding. Om het echt mee te kunnen maken moeten we dezelfde beweging maken die Jezus maakte: door de dood heen het leven in. Daarom vieren we de Goede Vrijdag als dieptepunt om vervolgens op de hoogte van Pasen te kunnen komen. Daartussenin is ruimte voor een aparte dienst: de Paaswake. Deze laatste markeert de overgang van dood naar leven, van donker naar licht. In deze nacht wordt het licht aangestoken als teken van het Licht der wereld: de Paaskaars. Het begin hiervan ligt in Palestina. De oudste berichten vertellen dat de diaken een brandende lamp de kerk indroeg. Deze sluit aan bij de sabbathslamp die wekelijks in het joodse huis wordt aangestoken. Bovendien wordt in de Paasnacht herinnerd aan de weg die iedere christen door de doop is gegaan : door de dood heen naar het leven. Vanouds werd in deze nacht de doop bediend (Hieraan herinneren de grote doopkapellen in of bij kerken rondom de Middellandse Zee). Gelezen worden enkele kernteksten uit het Eerste en Tweede Testament die Gods wil tot leven en vrijheid laten horen. In ieder geval horen daarbij gedeelten uit het scheppingsverhaal (Genesis 1) en het verhaal van de uittocht (Exodus 14/15). Psalmen en profeten laten ook horen dat God het leven wil! Als laatste wordt uit een van de evangelieën het verhaal van de opstanding gelezen. Om de symboliek van het licht zo sterk mogelijk naar voren te laten komen, wordt begonnen in een (bijna) donkere kerk. Het eerste lichtpunt dat te zien is, is de Paaskaars. Deze wordt door de diaken brandend de kerk ingedragen. Vanaf deze lichtbron gaat het licht naar alle kanten: oost, west, noord en zuid. In de Hoflaankerk, die Oost-West gebouwd is, is dat gemakkelijk te realiseren door in de Paasnacht kaarsen te plaatsen bij de hoofdingang en de zijde ertegenover. Bij binnenkomst krijgen alle kerkgangers een kaars die na de doopgedachtenis wordt aangestoken. Aan het einde van de dienst wordt een Paaslied gezongen. De Paaskaars blijft als een blijvend teken van het nieuwe leven branden. Iedere zondag en bij rouwen en trouwen. Wie gedoopt wordt krijgt voor het leven een doopkaars mee. Het licht blijft ons zo van dag tot dag beschijnen. Daarvoor is Jezus immers gekomen, om ervoor te zorgen dat niemand in het duister wandelt, maar het levenslicht heeft. Iedere zondag mogen wij zo als een klein Pasen beleven. L. Korevaar
|
|
|