VERHAAL

Waar mensen samenkomen is veel te vertellen, juist in de kerk. Op deze plaats staat iets om op verhaal te komen. Een anekdote, ter lering of vermaak, een overweging, een gebed...

PASEN IS DE DAG

Waaraan hangt ons geloof? Welke is de vaste grond onder onze hoop? Wat is de voedingsbron van onze liefde? Drie vragen waarop vele antwoorden gegeven worden. Wat zegt de bijbelse boodschap hierover? Op onze meeste vragen geeft de bijbel geen eenduidig antwoord. In dit geval wel: de zekerheid van het geloof is gebaseerd op de opstanding. Het oudste bericht hierover, dat van Paulus, zegt dat Indien Christus niet is opgewekt, ons geloof zonder inhoud is (I Korinthiërs 15: 14). Op grond hiervan is het evangelie als een lopend vuur de wereld door gegaan. Vanaf het begin, lang voordat het kerstfeest werd gevierd, vierde men het feest van Pasen. Bij deze lijn sluit het nieuwe Dienstboek zich aan door het hart van de samenkomsten van de gemeente bij Pasen te leggen. Alles draait om de overgave van Jezus tot in de dood en zijn opwekking op de derde dag.

Een omstreden feit

Op dit punt haken vele mensen af. Er is toch nog nooit iemand teruggekomen? Ons verstand zegt dat zoiets als opstanding niet kan. En, anders dan met Kerst, krijgen we ons gevoel ook niet mee. Paasgevoel heeft hooguit te maken met ontluikende bloemen, eieren en voorjaar. Bovendien leert de ervaring dat dood dood is. Dat zijn allemaal waarheden als koeien. Ze stammen ook niet van vandaag of gisteren. Vanaf het begin is Pasen omstreden. In het gesprek tussen Paulus en de ontwikkelde bewoners van Athene is de opstanding het breekpunt. Geen wonder, want het spreekt niet vanzelf.

Niet te filmen

Wij kunnen ons wat er met Pasen wordt gevierd niet voorstellen. Dat komt omdat het een andere bron heeft dan onze gedachten, ervaringen en gevoelens. Met onze zintuigen en technische middelen kunnen wij er niet bij. Daarvoor is de opstanding te veel van een eigen aard, eigenaardig. Niemand kan deze meemaken. Daarom kon er ook niemand bij zijn op de Paasmorgen. Ook daarna blijkt dat het moeilijk te vatten is: Maria Magdalena en de twee mannen uit Emmaüs herkenden hem niet. Paulus beschrijft de opgestane Heer ook zeer versluierd. Hij spreekt van een geestelijk lichaam, ook wel van een verheerlijkt lichaam. Toen de hervormde synode enkele jaren geleden sprak over deze dingen, stelde iemand voor om maar te gaan zingen: >De Heer is waarlijk opgestaan=. Iedereen stond op en zong van het geheimenis dat ons hart en verstand te boven gaat. Er zijn feiten die wij niet kunnen vatten; zij bereiken ons dan ook via de weg van het >horen zeggen=. Het wordt verteld en gepredikt in woord en daad.

Een bevestiging

Op deze unieke manier bevestigt de Here God dat Hij trouw blijft. Hij laat >zien= dat Jezus= sterven ergens toe leidt: een nieuw leven. Hij heeft de dood achter zich gelaten en ontvangt een nieuw bestaan. Geheel in de lijn van dat andere Paasgebeuren: de uittocht uit Egypte. Gods trouw aan Israel is toen gebleken, evenals later bij de terugkeer uit de ballingschap. Dat wonder kon Ezechiël allen maar vertellen met behulp van beelden: de gelijkenis van het dal vol doodsbeenderen die tot een levend lichaam worden (Ezechiël 37). In het huidige Israel wordt hier op tal van plaatsen naar verwezen als uitbeelding van het nieuwe leven dat Israel in deze eeuw door de dood heen heeft gekregen. Zo werkt het ook in vele persoonlijke levens. De onderstreping van Gods eeuwige trouw.

Bron van hoop

Deze geeft ook - temidden van allerlei dodelijke krachten - verwachting. Pasen is het teken van de hoop die leven doet. Dankzij deze daad van God kunnen wij opstaan, tegen alles wat neerdrukt in. Hierdoor is het de moeite waard op te komen voor wat echt leven is, leven met toekomst. Ad den Besten is één van degenen die dit onder woorden heeft gebracht:

Al wat ten dode was gedoemd

mag nu de hoop herwinnen;

bloemen en vogels, alles roemt

Hem als in den beginne.

Keerde de Heer der schepping weer,

dan is het tevergeefs niet meer

te bloeien en te minnen.

(Gezang 210)

L. Korevaar L. Korevaar

verhalenbundel

Voor het laatst aangepast op 6 april 2002