|
|
|
VERHAAL Waar
mensen samenkomen is veel te vertellen, juist in de kerk. Op deze plaats
staat iets om op verhaal te komen. Een anekdote, ter lering of vermaak, een
overweging, een gebed... |
|
In oktober staat de kerk speciaal stil bij de betekenis
van Israel. Hieronder wordt de reden aangegeven waarom de kerk blijvend met
Israel verbonden is. ISRAEL, BRON EN WORTEL
Wat ons met Israel verbindt.
Om te beginnen is er een
historische band : de christelijke gemeente komt
uit de joden voort. De eerste christenen waren allen joden. Juist daarom is
de band tussen kerk en Israel niet alleen iets van vroeger. Er is een blijvende
relatie en die is goed merkbaar. Wanneer we b.v.letten op de zondagse
kerkdienst, dan is de vorm daarvan dezelfde als die in ·
we beginnen met een lied uit
het liedboek van Israel, een psalm; ·
in het midden van de aandacht
staan de bijbelwoorden; wij lezen de bijbel
niet stukje bij beetje, maar in een doorgaande lezing; ·
wij komen niet alleen samen om
iets te horen, maar ook om te doen. Het belangrijkste werk is de lofprijzing van de Here God, de God
van Israel en de Vader van Jezus Christus. ·
als reactie op de woorden van
God bidden wij in allerlei toonaarden : wij danken, klagen, roepen en smeken. ·
tenslotte gaan wij de kerk en
de synagoge uit met de zegen; vaak
is dat de Aäronitische uit Numeri 6 : 24-26 Iets anders waarin de
blijvende band tussen Israel en de kerk tot uiting komt is de stijl van ons
leven. Samen buigen wij ons onder de geboden van God. Deze horen wij op de
sabbat of de zondag om die in het dagelijks leven te
volbrengen. Met name de tien geboden geven aan hoe het goede leven mogelijk is. Kort samengevat hebben wij aan Israel te
danken:
·
De ‘kennis’,
openbaring van de unieke God ( Deuteronomium 6: 4-9) ·
Het leven als gegeven goed
(Genesis 1,2) ·
De ordening van de tijd ( 7
dagen, feesten) ·
Het geweten dankzij de tien
woorden ( Exodus 20, Deuteronomium 5, samengevat in Micha 6:6-8) ·
Toekomstgericht
leven: eerste en laatste woord van de bijbel is verwachting Voor het laatst aangepast op 26
september 2002 |