VERHAAL

Waar mensen samenkomen is veel te vertellen, juist in de kerk. Op deze plaats staat iets om op verhaal te komen. Een anekdote, ter lering of vermaak, een overweging, een gebed...


 

Waar mensen samenkomen is veel te vertellen, juist in de kerk. Op deze plaats staat iets om op verhaal te komen. Een anekdote, ter lering of vermaak, een overweging, een gebed...

 

Licht in het donker

In deze donkere dagen hebben velen het moeilijk. Met zichzelf, met de tijd waarin we leven, met hun relaties. Dan is de ‘gezellige decembermaand’ een schrikbeeld. Daarin lijkt geen plaats te zijn voor mensen wier leven donker is. Gelukkig speelt de boodschap van het Kerstfeest daar op in. Juist op de mensen in het donker valt er licht. Het gegeven dat God met ons is werkt als een zonnestraal door donkere wolken heen. In vele liederen die gezongen worden is dat te horen. Eén daarvan is gezang 130 uit het Liedboek voor de kerken:

 

“De nacht is haast ten einde,

de morgen niet meer ver.

Bezing nu met verblijden

De heldre morgenster.

Wie schreide in het duister

Begroet de klare schijn

Als hij met al zijn luister

Straalt over angst en pijn.”

 

Dit adventslied heeft een grote diepgang. Te merken is dat het onder druk is gedicht, n.l. vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De dichter, Jochem Klepper, was getrouwd met een joodse vrouw. Hij zag het als zijn opdracht haar samen met haar twee dochters tegen de maatregelen van het Hitlerregime te beschermen. Dit lukte hem maar ten dele. Toen eind 1942 de deportatie van zijn jongste stiefdochter dreigde, zocht hij met zijn gezin vrijwillig de dood. Deze duisternis was heel diep, zodat het lied een tragische ondertoon heeft. Toch blijft het niet in de tragiek steken, maar is het een uiting van het geloof dat God zijn licht in de duisternis laat schijnen. De verborgen God laat zich toch horen zodat er hoop is. Zo is het een lied voor mensen in nood, die uitzien naar God.

 

 

 

verhalenbundel

Voor het laatst aangepast op woensdag 02 februari 2005