VERHAAL

Waar mensen samenkomen is veel te vertellen, juist in de kerk. Op deze plaats staat iets om op verhaal te komen. Een anekdote, ter lering of vermaak, een overweging, een gebed...


 

De tsunami – een zondvloed?

 

Als vanzelf gebruikte ik voor de zeebeving in Azië het woord zondvloed. Dan wordt wel meteen een verband gelegd tussen deze ramp en de rol van God. Velen doen dat, bijvoorbeeld door deze gebeurtenis een oordeel van God te noemen. Ook niet christenen doen hier volop aan mee, ieder mens heeft toch iets met God als het erop aan komt. Zo hoorde ik een gesprekje tussen twee studentes hierover dat uitliep op de conclusie: “Als een God zulke dingen laat gebeuren dan kan ik mij niet voorstellen dat er mensen zijn die geloven.”

Wanneer er zo over God gesproken wordt dan stuiten we op een theologisch probleem. Dit hebben vooral christenen omdat moslims geloven dat alles wat er gebeurt Allah’s wil is en boeddhisten aanvaarden dat het leven één groot lijden is. Christenen stellen God en het lot niet gelijk en hebben daarom een probleem. Dit wordt breed uitgemeten in het boek Job, die zijn twistgesprekken met God voert. Maar ook Jezus aan het kruis laat zien dat er ruimte bestaat tussen wat er gebeurt en wat God wil. Deze ruimte geeft gelegenheid om vragen te stellen als: ‘Waarom?’.

Een voorvraag is over wat voor God het gaat als wij hem in verband brengen met een ramp als deze en ander onheil. Velen zien God als degene die alles kan en dan ook in alles de hand heeft. De kerk heeft dat zelf ook bevorderd door in haar geloofsbelijdenis God de Almachtige te noemen. Dat wekt de indruk dat God de alleskunner is. Logisch is dit al onmogelijk, getuige de bekende vraag: “Kan God een steen maken die Hij zelf niet kan optillen?” Theologisch kan evenmin gezegd worden dat God de aanstichter is van b.v. de tsunami. Wij belijden Hem als Schepper, maar niet als de oorzaak van alles wat er gebeurt. Er gebeuren ook dingen waar Hij niet achter staat en ook waar Hij niets aan kan doen. Want Hij geeft ons mensen de ruimte. Wij hebben vrijheid van handelen en die zouden we trouwens niet graag willen missen. Dat geldt ook voor de krachten in de natuur, die hun eigen wetmatigheden hebben, zo vertelt het bijbelse zondvloedverhaal(!). Ook de Boze, de zonde en het kwaad hebben speelruimte. Niet oneindig trouwens, maar het kan wel heel ver gaan…

Is God dan onmachtig? Dat is het andere uiterste van de misverstane almacht. Er zijn theologen van joodsen en christelijken huize die dat zo zien. De laatsten verwijzen daarbij naar het kruis als toppunt van Gods onmacht. De uiterste consequentie van deze visie is dat God dan niets te maken heeft met ons dagelijkse bestaan. We moeten onszelf dan maar zien te redden.

Tussen deze uitersten in spreekt H. Berkhof van ‘weerloze overmacht’. Weerloos is Hij als de vader uit de gelijkenis die zijn zoon laat gaan. Overmachtig is Hij in zijn liefde die de zoon naar zich toe trekt en ondanks alles feestelijk ontvangt. Hij gunt ons bijna argeloos de vrijheid èn geeft duidelijke aanwijzingen waar de grenzen daarvan liggen. De weerloze God laat zich tot het uiterste in met het lijden en daarin blijkt zijn overmacht: Hij trekt ons er achter Christus aan doorheen. Deze geloofservaring wordt versterkt door de verwachting dat God het laatste woord heeft. Vanuit de hoop die dit geeft doen wij in Gods Naam wat wij kunnen om mensen te helpen én om rampen te voorkomen.  

L. Korevaar

 

Verhalenbundel

vorige verhaal

Voor het laatst aangepast op zondag 13 maart 2005